Een soort die ophoudt te bestaan

De meeste ochtenden geef ik een briefing aan een AI coding agent. Precies het werk dat mij heeft gevormd. En dus blijf ik met één vraag zitten: als de machine het werk doet waaraan ik ben gegroeid, waar komen de volgende mensen zoals ik dan vandaan?

De meeste ochtenden schrijf ik een briefing en geef die aan een AI coding agent. Daarin staan de afbakening, de randvoorwaarden en wanneer het werk klaar is. Een paar uur later krijg ik het resultaat terug. Tien jaar geleden had ik die briefing aan een junior developer gegeven. Aan het begin van mijn carrière was ik die junior. Het werk waarmee ik begon en waaraan ik ben gegroeid, gaat nu naar een machine. En dus blijf ik met één vraag zitten: als de machine het werk doet dat mij heeft gevormd, waar komen de volgende mensen zoals ik dan vandaan?

Meestal zeggen we dat AI de banen van juniors overneemt. Dat klopt, maar het mist waar het om gaat. Het resultaat was het minst belangrijke deel van het werk van een junior. Je wordt senior door duizenden kleine beslissingen te nemen waar weinig vanaf hangt, ze zonder al te grote gevolgen verkeerd te nemen en langzaam het beoordelingsvermogen op te bouwen waarmee je later de grote beslissingen neemt. De boilerplate, de simpele bugs, het saaie integratiewerk: dát was de training. Het zag eruit als werk dat nou eenmaal moest gebeuren, terwijl het ongemerkt precies het beoordelingsvermogen opbouwde dat je later als senior nodig had.

Het voelt daardoor alsof ik bij een soort hoor die ophoudt te bestaan. Maar ik heb dit eerder gezien, alleen toen vanaf de andere kant. Toen ik begon, was ik de verstoring. De seniors uit het mainframe-tijdperk zagen hun eigen leerroute verdwijnen onder precies de lagen waarop ik later ben opgegroeid. Ze wisten zeker dat je geen echt beoordelingsvermogen kon ontwikkelen zonder de discipline die hun schaarse machines hadden afgedwongen. Elke generatie seniors denkt dat alleen de weg die zij zelf hebben afgelegd hen had kunnen vormen. De mainframe-generatie dacht dat ook over die van mij.

De geschiedenis laat steeds hetzelfde zien: technologische golven breken ladders af, maar vakmanschap overleeft ze. Handweven verdween als ambachtelijke traditie. Hetzelfde gebeurde met meesterschap in assembly. In beide gevallen ontstond het vakmanschap opnieuw rond de nieuwe laag, opgebouwd door mensen wier leerweg de oude meesters waarschijnlijk niet eens als een echte leerweg hadden herkend.

Toch is er deze keer een wezenlijk verschil, en dat wil ik niet wegredeneren. Eerdere golven automatiseerden de onderste laag, waarna juniors konden leren op de laag erboven. Deze golf automatiseert juist de laag waarop je ervaring opdoet. Wat verdwijnt, ligt niet onder het oefenterrein. Het ís het oefenterrein.

Het beste bewijs dat dit goed kan uitpakken komt uit het schaken. Schaakengines zouden een einde maken aan menselijk meesterschap. In plaats daarvan is de generatie die ermee is opgegroeid de sterkste ooit, en bereikt die generatie de top jonger dan alle generaties ervoor. De engine bleek een sparringpartner met feilloze feedback. Meer herhalingen, kortere feedbacklussen. Of AI die rol voor software kan spelen, hangt af van iets kleins en gedragsmatigs: onderzoekt de junior wat de machine produceert, of stuurt die het gewoon door? Hetzelfde gereedschap, twee totaal verschillende manieren om gevormd te worden.

Als ik die stukken bij elkaar leg, lijkt een ontbrekende generatie de waarschijnlijkste uitkomst. De lijn blijft bestaan, maar slaat een lichting over. De markt breekt de oude ladder jaren af voordat iemand een nieuwe heeft ontworpen. Bedrijven zijn al gestopt met het aannemen van juniors. Niemand heeft nog een route gebouwd waarmee een junior senior wordt zonder juniorwerk te doen. Daardoor ontstaat er een gat tussen generaties, zoals na de jaren tachtig in de nucleaire techniek gebeurde. De seniors van 2036 zullen er zijn. Ze zullen alleen anders gevormd zijn, met beoordelingsvermogen dat ik misschien niet meteen als zodanig herken: aanvoelen wanneer een model liegt, instinct voor orchestratie, systeemintuïtie opgebouwd zonder ooit de low-level code te hebben geschreven.

Zo’n gat tussen generaties verandert wat mijn positie waard is. De laatste mensen op een verdwijnende ladder, met een gat achter zich, worden schaars. De laatste COBOL-programmeurs verdienden vlak voor hun pensioen beter dan op enig ander moment in hun loopbaan.

Maar schaarste is de passieve lezing. De mensen die de oude ladder hebben beklommen, zijn de enigen die weten waar die ladder eigenlijk voor diende: welk beoordelingsvermogen je erop ontwikkelde, welke herhalingen ertoe deden, wat je leerde van fouten die weinig kostten. Precies die kennis is nodig om een nieuwe leerroute te ontwerpen, de sparringpartner die voor software doet wat engines voor schaken deden. De laatste mensen die de oude ladder hebben beklommen, zijn daarmee ook de enigen die de kaart voor de volgende route kunnen tekenen. En die kaart moeten we nu tekenen, voordat we vergeten wat die oude sporten ons eigenlijk hebben geleerd.

§  De lijst

Essays in je inbox

Nieuw werk als het patroon helder is. Geen ritme, geen opvulling.